Jean-Pierre van de Ven

psycholoog

Direct contact +31 (0)6 103 204 38

NL EN

Mijn liefje, mijn hartje, je maakt me zo gelukkig – schrijven als therapeutisch gereedschap bij partnerrelatietherapie

door Jean-Pierre van de Ven

Ven, J.-P. van de (2007). Mijn liefje, mijn hartje, je maakt me zo gelukkig – schrijven als therapeutisch gereedschap bij partnerrelatietherapie. Systeemtherapie, 2. Amsterdam: Boom BV.

Slatcher, R.B. & Pennebaker, J.W. (2006). How do I love thee? Let me count the words. The social effects of expressive writing. Psychological science, 17, 8, 660-664.

Aan het einde van elke intake voor een partnerrelatietherapie vraag ik aan het paar tegenover me wat ze aan elkaar waarderen. Meestal hebben we er dan een klein uur opzitten waarin meneer en mevrouw elkaars slechte eigenschappen breed hebben uitgemeten. Ze zijn het met elkaar oneens geweest, hebben ruzie gemaakt en elkaar beschuldigd van liegen en draaien. Om de bedorven sfeer wat op te peppen voordat ik mijn cliënten de straat op stuur, stel ik mijn vraag. Soms weten ze veel pluspunten van elkaar op te noemen en gaan ze met een glimlach naar buiten. Soms noemen zij geen enkel punt. Dan weet ik: oei, dit wordt een harde dobber. Zulke mensen moet ik opnieuw leren om positieve eigenschappen in elkaar te zien en vooral, om deze te benoemen. Beide opdrachten vereisen niets minder dan een heksentoer.

Tenminste, dat wás zo. Nu heb ik het artikel van Slatcher en Pennebaker gelezen en nu weet ik beter. Het is zó simpel! Voor het veranderen van de interactie tussen partners is het voldoende een van hen te laten schrijven over de relatie. Dit heeft tot gevolg dat het paar meer positieve emotiewoorden gaat gebruiken. En dit vergroot de kans dat zij bij elkaar blijven aanzienlijk. Eureka!

Laat ik even uitleggen hoe het werkt.

Naar de positieve effecten van schrijven op onze geestelijke en lichamelijke gezondheid is in het afgelopen decennium veel onderzoek gedaan (Lepore & Smyth, 2002). Niet in de laatste plaats natuurlijk door James Pennebaker (Esterling et al., 1999). Wat Shapiro is voor EMDR, is Pennebaker voor het therapeutisch schrijven. Al jaren reist hij de wereld rond om iedereen te vertellen dat schrijven helpt om trauma’s te verwerken, depressies te bestrijden en het immuunsysteem te verbeteren. In elk van zijn onderzoeken gaat het om een bescheiden aantal deelnemers die hij steeds hetzelfde laat doen, namelijk 3 tot 4 opeenvolgende dagen schrijven over hun diepste emoties en gedachten. Meestal bestaat de onderzoekspopulatie uit studenten en is er methodologisch een en ander op te merken. Maar dat schrijven helpt, staat inmiddels buiten kijf.

Je kon er op wachten dat Pennebaker zijn vleugels zou uitslaan, net zoals Shapiro dat heeft gedaan. Naar verluidt helpt EMDR inmiddels tegen bijna alle kwalen, waaronder hartfalen en open wonden veroorzaakt door het trappen op roestige spijkers (zie ook McNally, 1999). Zo ver zal Pennebaker het met het schrijven misschien niet laten komen, maar ik was verheugd te lezen dat hij nu ook onderzoekt hoe schrijven de kwaliteit van partnerrelaties kan verbeteren en zelfs mensen bij elkaar houdt.

In het onderzoek participeerden 86 stellen waarvan steeds een persoon werd verzocht te schrijven gedurende drie opeenvolgende dagen. In de experimentele conditie schreef deze persoon over, jazeker, zijn of haar diepste emoties en gedachten aangaande de huidige romantische relatie. In de andere groep schreef men over wat men die dag had gedaan, de standaard controleconditie bij onderzoek naar therapeutisch schrijven. Na drie maanden waren meer stellen uit de experimentele conditie (77 procent) nog bij elkaar dan stellen uit de controlegroep (52 procent). Dat zijn geen geweldige getallen, hoe significant het verschil ook mag zijn geweest. Zeker als je bedenkt dat het in dit onderzoek opnieuw ging om studenten en dat de stellen gemiddeld slechts ruim een jaar (M=1,31 jaar, SD=1,06) bij elkaar waren, begrijp je dat het einde van het vak van relatietherapeut nog niet in zicht is. Maar toch. Dat een simpele ingreep als schrijven over de relatie zoveel doet, dat is nieuws. Bovendien schreef maar één van beide partners en de schrijver liet zijn of haar partner het geschrevene niet lezen. Het stel had dus geen moeilijke gesprekken over hun relatie en, goddank, er was geen duidende therapeut in de buurt om te vertellen hoe diepzinnig het geschrevene was.

En er is meer. Alle stellen hadden de gewoonte om via instant messaging (IM) met elkaar te communiceren. Instant messaging, weet ik van mijn zoon, heet hier MSN-en, en dat is een vorm van e-mailen, maar dan onmiddellijk, terwijl je allebei online bent. Het schijnt dat deze manier van ‘praten’ binnenkort meer zal plaatsvinden dan het ouderwetse uitstoten van keelklanken met de mond en dat mensen op deze wijze heel natuurlijk met elkaar communiceren. Slatcher en Pennebaker verzochten alle stellen om hun IM berichten aan elkaar in de tien dagen rond het schrijven te verzamelen. In deze IM berichten telden de auteurs vervolgens emotiewoorden, zoals ‘gelukkig’, ‘boos’ en ‘(on)tevreden’. Deelnemers uit de experimentele conditie bleken meer emotiewoorden te gaan gebruiken na het schrijven, positieve en negatieve. Ook hun partners gingen dit dan doen. En alleen als mensen meer positieve emotiewoorden gingen gebruiken (mijn liefje, je maakt me zo blij), was de kans dat zij bij elkaar bleven uiteindelijk groter. In technische termen: het gebruik van positieve emotiewoorden medieerde het effect van schrijven op relatiestabiliteit. In Nederlands: schrijven over de relatie leidt tot een groter gebruik van lieve woordjes en dit vergroot de kans op een langdurig samenzijn.

Dat schrijven ook binnen een relatietherapie kan worden toegepast is al langer bekend (Lange, 2006; Van de Ven, 2005). De meerwaarde van dit onderzoek is de ontdekking dat schrijven de onderlinge manier van spreken van partners verandert. Dit heeft ook therapeutische implicaties: als therapeutisch schrijven een positieve interactie op gang brengt, moeten wij therapeuten misschien wel minder praten dan we denken. Misschien dat ik mijn intakes dus voortaan maar schriftelijk afdoe.

Jean-Pierre van de Ven

Referenties

Esterling, B.A., LÁbate, L., Murray, E.J., & Pennebaker, J.W. (1999). Empirical foundations for writing in prevention and psychotherapy: mental and physical health outcomes. Clinical psychology review, 19, 1, 79-96.

Lange, A. (2006). Gedragsverandering in gezinnen. Cognitieve gedrags- en systeemtherapie. Achtste druk. Groningen: Martinus Nijhoff.

Lepore, S.J. & Smyth, J. (2002). The writing cure. Washington, DC: American psychological association.

McNally, R.J. (1999). EMDR and Mesmerism: a comparative historical analysis. Journal of Anxiety disorders, 13, 6, 611-615.

Ven, J.-P. van de (2005). Omgaan met relatieproblemen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.